dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

maandag 12 september 2016

Kijkje in andermans keuken

Deze week staat voor mij in het teken van een kijkje nemen in andermans keuken. Vanochtend heb ik een les bijgewoond bij mijn leukste collega (beter bekend als mijn man!) en morgen staan er veel lesbezoekjes bij mijn rekencollega's gepland. Waarom? Ik vind het heel interessant om te zien hoe mijn collega's lesgeven.

Als je een tijdje in het onderwijs zit, begin je een eigen stijl te ontwikkelen. Langzaam maar zeker ontdek je wat voor type docent je bent. Ik heb nu na vier jaren als zelfstandige voor de klas een "basis" voor mezelf gecreëerd. Ik kan me staande houden voor een klas met dertig pubers en ik kan ze zelfs van alles bijleren op het gebied van wiskunde en rekenen. Het lesgeven kost me niet heel veel energie meer, het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. 

Maar op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat ik meer wilde dan alleen mijn lessen draaien. Ik wil de leerlingen niet alleen de theorie uit het boek in hun hoofd stampen: ik wil het ook leuk maken. En dat is de reden dat ik deze week een hoop lesbezoeken ingepland heb staan.

Morgen mag ik de rekenlessen van vier collega's bijwonen en dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik zien of mijn collega's werkvormen gebruiken die anders zijn dan de "jullie werken zelfstandig en ik begeleid waar nodig is"-vorm. Ik ben de afgelopen dagen veel bezig geweest met het verzinnen van creatieve werkvormen waarbij de leerlingen op een speelse manier met rekenen bezig zijn. Ten tweede ben ik benieuwd hoe mijn collega's de leerlingen motiveren. Mijn brugklasleerlingen krijg ik tijdens een rekenles prima aan het werk, ze vinden het soms nog leuk ook om veertig minuten in stilte te rekenen met breuken... Maar mijn derde klassers hebben er toch meer moeite mee. Het woord "SAAI" is in grote letters op hun hoofden geschreven en ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik ben heel benieuwd hoe mijn collega's hun rekenlessen vorm geven. Hopelijk krijg ik er een hoop inspiratie door!

Liefs!

dinsdag 6 september 2016

Consequent zijn: begin klein

Gisteren lukte het om voet bij stuk te houden toen twee leerlingen vroegen of ze naar het toilet mochten. Op mijn school wordt door het personeel geklaagd dat het te druk is op de gangen, maar dat is voor mij niet de reden geweest om de leerlingen binnen het lokaal te houden. De reden is dat het toilet verslavend werkt voor een klas: als ik één leerling toestemming geef, moet de rest ook ineens heel nodig...

Consequent zijn is een lastig dingetje, ik durf bijna te beweren dat alle docenten daar moeite mee hebben. Vorig jaar zijn er genoeg leerlingen geweest die het bij mij voor elkaar kregen om het strafwerk te halveren, of die tijdens de lestijd een boterham mochten eten omdat ze het in de pauze te druk hadden met andere dingen. Elk jaar probeer ik er weer op te letten om consequent te zijn, maar het blijft lastig.

Ik denk dat het belangrijk is om klein te beginnen. Bijvoorbeeld om de leerlingen voorlopig te verbieden om tijdens de les naar het toilet te gaan.

Liefs!

zondag 4 september 2016

Kan ik het nog wel?

Deze vraag komt opzetten aan het einde van elke herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en vooral aan het einde van de zomervakantie: kan ik het nog wel? Deze vraag brengt me elke keer aan het twijfelen en soms zelfs aan het huilen. Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als dat lesgeven echt niks voor mij is? Kan ik niet beter weer kiezen voor een baantje bij de supermarkt? Dat ik de laatste week van de zomervakantie standaard last heb van nachtmerries is toch een heel duidelijk voorteken?

Afgelopen week, toen ik een cursus volgde, werd ik gerustgesteld. Ik bleek namelijk niet de enige docent met dit soort vragen te zijn. De collega die naast me zat biechtte op dat ze zichzelf precies hetzelfde afvroeg, en toen zij eenmaal begon over haar twijfels, sloten er steeds meer collega's aan.

'Oh, dat heb ik ook!'
'Ja, ik ook! Af en toe word ik badend in het zweet wakker, zo erg zijn die nachtmerries.'
'Elke laatste zondagavond van de vakantie stel ik mezelf ook die vraag, of ik het nog wel kan. Maar als ik dan weer voor de klas sta, snap ik niet waarom ik mezelf dat afvroeg.'

Enerzijds is het een geruststelling dat ik hier niet de enige in ben, maar ik vraag me wel af waar deze twijfels bij mij en mijn collega's vandaan komen. En is het zo dat alle docenten twijfelen aan hun kunnen? Voeren we allemaal een toneelstukje op als we voor een groep met dertig leerlingen staan? Is er eigenlijk een docent die wel honderd procent overtuigd is van zijn eigen kunnen?

Heb ik een volger die in het onderwijs werkt en nog nooit van deze twijfels last heeft gehad? Ik ben benieuwd.

Liefs!
 


dinsdag 30 augustus 2016

Memory

Vorig jaar liep er een stagiaire met me mee die uren besteedde aan haar lesvoorbereidingen. Ze maakte niet alleen geweldige powerpoints, maar verzon ook leuke werkvormen. Als afsluiting van het schooljaar had ze een memoryspel gemaakt. 

Inmiddels heb ik mijn eigen draai aan haar werkvorm gegeven. Bij een cursus didactiek is deze werkvorm ook een keer besproken en werd er als extra tip gegeven om de leerlingen zelf eerst een memoryspel te laten maken. Dit heeft twee voordelen. 1: Als docent heb je minder werk, je hoeft de memorykaartjes namelijk niet te beschrijven. 2: De leerlingen leren er enorm veel van om zelf een spel in elkaar te zetten. Uiteraard geef je als docent wel richtlijnen.

Tijdens de lessen rekenen zet ik leerlingen het hele lesuur aan het werk. Heel effectief, je leert rekenen tenslotte door het te doen (oefenen, oefenen, oefenen, oefenen, oefenen...), maar een beetje saai is het wel. De leerlingen maken driekwartier lang sommetjes waarvan het niveau ver beneden hun eigen niveau is. Daarom wil ik proberen om aan de rekenlessen een leuke draai te geven. Ik laat de leerlingen eerst een half uur werken, daarna geef ik ze iets te doen waarbij ze wel met rekenen bezig zijn, maar dan gegoten in een andere vorm: het maken en het spelen van een memory!

Als voorbereiding heb ik zelf al kaartjes van 5 bij 5 cm gesneden in alle kleuren van de regenboog. Per groepje (van twee tot vier leerlingen) geef ik twintig kaartjes. Ze ontwerpen eerst zelf een memoryspel dat past bij het hoofdstuk dat ze aan het maken zijn. Als ze dat gedaan hebben, kunnen ze de resterende tijd gebruiken om het spel te spelen.

Het leuke van dit memoryspel is dat het inzetbaar is bij alle vakken. Bij de vreemde talen kun je het gebruiken voor de vertalingen van woordjes, bij geschiedenis en aardrijkskunde kun je het gebruiken voor de begrippen en zo is er bij elk vakgebied wel iets leuks te verzinnen!

Liefs!

vrijdag 26 augustus 2016

Stoelen aanschuiven

Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes geordend is. Een opgeruimde werkplek zorgt voor een opgeruimd hoofd, zegt men. Dit gaat zelfs zo ver dat ik de leerlingen elke les vijf keer vraag om de stoelen aan te schuiven zodra ze het lokaal willen verlaten. Zodra de tafels en stoelen netjes staan, dus twee en twee, mooi tegen elkaar aan en de stoelen normaal aangeschoven, geeft me dat een prettiger gevoel dan wanneer alles schots en scheef staat. 

Niet alleen voor mezelf vind ik het prettig om alles netjes op een rijtje te hebben, ook voor de volgende groep is het fijn om binnen te komen in een opgeruimd lokaal, waarbij de stoelen zijn aangeschoven. Althans, wanneer ik een ruimte inkom waar het een zooitje is, krijg ik een apenkooiengevoel. Alsof alles kan en alles mag. Dat gevoel wil ik niet creëren bij dertig stuiterende kinderen.

Het kost energie om de leerlingen zo ver te krijgen om hun werkplek netjes achter te laten. Vlak voor het einde van de les vraag ik het de leerlingen een keer of drie en zodra een leerling het lokaal dreigt te verlaten terwijl zijn stoel niet is aangeschoven, fluit ik de leerling terug. Toch kwam het de afgelopen week nog te vaak voor dat ik zelf aan het einde van de les nog wat stoelen moest aanschuiven. Daar werd ik vandaag een beetje chagrijnig door, waardoor ik zelfs het woord "strafwerk" liet vallen. 'Als jullie straks het lokaal verlaten, noteer ik de namen van de leerlingen die hun stoel niet hebben aangeschoven. Die leerlingen krijgen in de les van maandag een flink stapeltje strafwerk. Hopelijk snappen die leerlingen daarna wel dat het een kleine moeite is om even een stoel aan te schuiven.' Het resultaat: dertig aangeschoven stoelen. 

Ik probeer me niet te veel af te vragen waar het bij de leerlingen fout gaat, of waardoor ze de moeite niet nemen om zich als een gast te gedragen in mijn lokaal en hun werkplek netjes achter te laten. Ik wil mijn energie liever te steken in het oplossen van dit probleem. En als waarschuwen met strafwerk het enige is dat werkt, dan is dat maar zo.

Liefs!

P.S. Voor de lezers die denken dat ik aan een dwangneurose lijd doordat ik dertig tegels kaarsrecht wil hebben: dat is niet zo. Maar vandaag schuiven ze hun stoelen niet aan, volgende week gooien ze hun vuilnis niet in de vuilnisbak en volgend jaar breken ze de boel af. We moeten toch ergens beginnen met het heropvoeden van de kinderen? ;-)

 




donderdag 25 augustus 2016

Leerlingen vs. vergeten spullen

Moe word ik ervan, leerlingen die hun spullen niet meenemen naar de les. Een paar missende geodriehoeken hier, veel leerlingen zonder rekenmachine daar... Vier jaar lang heb ik met twee verschillende systemen gewerkt, maar dit jaar besloot ik het anders te doen.

Het eerste systeem was simpel. Iedere leerling krijgt aan het einde van een periode een 10 als extra cijfer. Elke keer dat een leerling iets vergat, ging er een half punt van het cijfer af. Het werkte erg goed. Leerlingen waren eerlijk wanneer ik vroeg wie wat niet bij zich had, en ik noteerde het allemaal netjes in mijn map.

Toch wilde ik er iets op aanpassen. Ik wilde namelijk ook schriften controleren. Niet op het meenemen van het schrift, maar op de netheid, op de berekeningen, op de eisen die ik stel bij een assenstelsel e.d. Vorig jaar deed ik het als volgt: iedereen krijgt een 7,0. Elke keer dat een leerling iets vergeet, gaat er een half punt af, maar elke keer dat een leerling zijn schrift perfect in orde had, ging er een half punt bij. Ik controleerde het schrift elke week. Daar zaten twee nadelen aan, merkte ik. Ten eerste was het een hoop gedoe om elke week bij iedereen het schrift te controleren, zeker toen mijn stagiaire twee van de drie/vier lessen per week overnam. Ik moest alles in één of twee lesuren doen en dat was niet haalbaar. Ten tweede controleerde ik het veel vaker dan zes keer per periode, waardoor leerlingen gemakkelijk vier keer een boek konden vergeten zonder daarvoor gestraft te worden. 

Dit jaar doe ik het dus anders: ik controleer niet meer of leerlingen hun spullen meenemen naar de les. Vandaag heb ik wel voor het idee alles genoteerd, de klas streng toegesproken dat een eigen geodriehoek en eigen rekenmachine echt verplicht is in de les... Maar meer doe ik er niet mee. Dan maar lenen van anderen... Echter geldt vanaf dit schooljaar wel dat ik mijn spullen niet meer ga uitlenen aan leerlingen, en al helemaal niet op toetsen. Vorig jaar heb ik te veel geodriehoeken moeten bijkopen en dat grapje was wel erg duur.

Ik ben benieuwd of er andere docenten meelezen die een ideaal systeem hanteren. Dus vertel: wat doen jullie met leerlingen die hun spullen vergeten?

Liefs!

woensdag 24 augustus 2016

Moeite met namen

Vanmiddag stond ik bij de deur van het lokaal al mijn nieuwe leerlingen de hand te schudden om ze welkom te heten. Sommigen noemden heel beleefd hun eigen naam en af en toe noemde ik ook mijn eigen naam. Bij alle lessen ging dat goed, tot mijn laatste les.
'Hoi, ik ben mevrouw Snelten. Eh... Grapje! Ik ben mevrouw Heemskerk!'
Het zal wel door de hittegolf komen dat ik ineens een verkeerde achternaam noemde. 

Bij mijn huwelijk een paar maanden geleden heb ik namelijk niet alleen een hele mooie ring gekregen, maar ook een nieuwe achternaam. En dat was vandaag bij het voorstellen even wennen. 's Morgens had ik niet voor niks mijn naam op het bord geschreven. Ik vertelde de reden ook aan deze leerlingen. 'Jullie denken natuurlijk dat ik mijn naam op het bord heb geschreven zodat jullie het onthouden, maar stiekem doe ik het voor mezelf. Ik vergeet mijn eigen achternaam namelijk elke keer.' Een paar leerlingen keken elkaar verbaasd aan en ik zag ze denken: wat is dit voor rare docent? 'Ik ben twee maanden geleden getrouwd. Sindsdien heb ik een nieuwe achternaam.'

Maar nu vraag ik me af... Als ik na twee maanden mijn eigen naam niet weet, hoe lang duurt het dan voordat ik de namen van mijn tweehonderd nieuwe leerlingen weet?

Liefs!

dinsdag 23 augustus 2016

De eerste werkdag

De eerste werkdag zit erop en ik kan zeggen dat ik meer dan tevreden ben. Ik kan ook zeggen dat ik dolgelukkig ben dat ik tegenwoordig op dinsdag vrij ben, want dat dagje had ik wel nodig na de eerste dag.

Op maandag stond er een hoop gepland, waaronder een kennismaking met mijn nieuwe mentorklas en heel veel vergaderingen. Het spannendste was natuurlijk de kennismaking met mijn mentorklas. Van tevoren had ik al de nodige informatie over de leerlingen gelezen (slechts negentien stuks!), waardoor ik wist dat het een leuk en gezellig clubje zou zijn. Toch blijft het afwachten. Hoe reageren ze op een nieuwe mentor?

Bij binnenkomst merkte ik direct dat er een paar mondige jongens in de klas zaten. Jongens met leuke humor, dat wel, maar het zijn ook types die snel over een docent heen willen lopen. En dat moet niet gebeuren op de eerste dag. Daarom gaf ik één van de leerlingen een grote mond terug. Het resultaat was dat hij me stomverbaasd aankeek. Zo’n reactie had hij niet verwacht. Zijn klasgenoten moesten grinniken, maar ondertussen wisten ze heel goed dat een grote mond op een eerste dag niet goed bij mij valt.

In tegenstelling tot veel andere collega’s vind ik vergaderen absoluut geen ramp. (Waarschijnlijk omdat ik bij een vergadering niet op de voorgrond hoef te treden en alleen maar stil hoef te zitten en te luisteren, iets waar ik erg goed in ben.) Toch is het ook best intensief. Er komt zo veel informatie op je af! Na de laatste vergadering, om half vijf, was ik gesloopt. Toch kon ik nog niet naar huis. Dit jaar begeleid ik twee nieuwe docenten en daar was ik tot een uur of zes mee bezig. Ook toen kon ik nog niet naar huis: mijn to do-list stond nog vol met kleine dingen die geregeld moesten worden. Ouders terugmailen, notities over een leerling schrijven, collega’s mailen, notulen van één van de vergaderingen uittikken… Tot half acht was ik bezig en ik merkte aan heel mijn lichaam dat ik er toen ook wel echt klaar mee was. Zo hard werken ben ik niet meer gewend!

Morgen, woensdag, begint mijn eerste lesdag en vandaag neem ik uitgebreid de tijd om het tot in de puntjes voor te bereiden. Ik voel wat lichte spanning, maar ik heb er vooral heel veel zin in. Laat die leerlingen maar komen!

Liefs!

zaterdag 20 augustus 2016

Het komende schooljaar

Van een lezer van mijn blog kreeg ik de vraag wat ik komend schooljaar anders ga doen. Helemaal trots op het afgelopen schooljaar ben ik namelijk niet. Vanaf november zat ik erg in de knoop. Ik keek mijn grote angst naar mijn to do-list: hoe ging ik dit allemaal afkrijgen op één dag? Op zondagavond was ik somber omdat de werkweek weer voor de deur stond. En de tranen bleven maar over mijn wangen lopen als er iets tegen zat. Vanaf maart ging het allemaal een heel stuk beter, en het schooljaar heb ik met een lach op mijn gezicht afgemaakt. Toch heeft die periode in de winter me wel aan het denken gezet.

In het eerste gesprek dat ik had met HR-manager gaf ik direct aan dat ik komend schooljaar een dag minder ga werken. Hoewel ik “slechts” 0,8 fte werkte, vond ik vijf dagen gewoon echt te veel. ’s Avonds was ik gesloopt, het huishouden bleef liggen tot het weekend en op zaterdag en zondag was ik eigenlijk te moe om de was te draaien en te stofzuigen… Komend schooljaar mag ik gelukkig weer vier dagen werken (0,72 fte). Qua lesuren scheelt het dus niet veel, maar het dagje thuis zal me enorm goed doen, dat weet ik nu al.

Daarnaast wil ik nog iets veranderen: ik wil meer bloggen. Ik merkte namelijk dat ik het miste om dingen van me af te schrijven. Hoe frequent ik dat ga doen, weet ik nog niet, maar ik hoop dat ik op mijn vrije dag tijd kan vrijmaken om minimaal één artikel te schrijven. Al is het maar om mijn ei kwijt te kunnen.

Liefs,
Elseline