vrijdag 26 augustus 2016

Stoelen aanschuiven

Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes geordend is. Een opgeruimde werkplek zorgt voor een opgeruimd hoofd, zegt men. Dit gaat zelfs zo ver dat ik de leerlingen elke les vijf keer vraag om de stoelen aan te schuiven zodra ze het lokaal willen verlaten. Zodra de tafels en stoelen netjes staan, dus twee en twee, mooi tegen elkaar aan en de stoelen normaal aangeschoven, geeft me dat een prettiger gevoel dan wanneer alles schots en scheef staat. 

Niet alleen voor mezelf vind ik het prettig om alles netjes op een rijtje te hebben, ook voor de volgende groep is het fijn om binnen te komen in een opgeruimd lokaal, waarbij de stoelen zijn aangeschoven. Althans, wanneer ik een ruimte inkom waar het een zooitje is, krijg ik een apenkooiengevoel. Alsof alles kan en alles mag. Dat gevoel wil ik niet creëren bij dertig stuiterende kinderen.

Het kost energie om de leerlingen zo ver te krijgen om hun werkplek netjes achter te laten. Vlak voor het einde van de les vraag ik het de leerlingen een keer of drie en zodra een leerling het lokaal dreigt te verlaten terwijl zijn stoel niet is aangeschoven, fluit ik de leerling terug. Toch kwam het de afgelopen week nog te vaak voor dat ik zelf aan het einde van de les nog wat stoelen moest aanschuiven. Daar werd ik vandaag een beetje chagrijnig door, waardoor ik zelfs het woord "strafwerk" liet vallen. 'Als jullie straks het lokaal verlaten, noteer ik de namen van de leerlingen die hun stoel niet hebben aangeschoven. Die leerlingen krijgen in de les van maandag een flink stapeltje strafwerk. Hopelijk snappen die leerlingen daarna wel dat het een kleine moeite is om even een stoel aan te schuiven.' Het resultaat: dertig aangeschoven stoelen. 

Ik probeer me niet te veel af te vragen waar het bij de leerlingen fout gaat, of waardoor ze de moeite niet nemen om zich als een gast te gedragen in mijn lokaal en hun werkplek netjes achter te laten. Ik wil mijn energie liever te steken in het oplossen van dit probleem. En als waarschuwen met strafwerk het enige is dat werkt, dan is dat maar zo.

Liefs!

P.S. Voor de lezers die denken dat ik aan een dwangneurose lijd doordat ik dertig tegels kaarsrecht wil hebben: dat is niet zo. Maar vandaag schuiven ze hun stoelen niet aan, volgende week gooien ze hun vuilnis niet in de vuilnisbak en volgend jaar breken ze de boel af. We moeten toch ergens beginnen met het heropvoeden van de kinderen? ;-)

 




donderdag 25 augustus 2016

Leerlingen vs. vergeten spullen

Moe word ik ervan, leerlingen die hun spullen niet meenemen naar de les. Een paar missende geodriehoeken hier, veel leerlingen zonder rekenmachine daar... Vier jaar lang heb ik met twee verschillende systemen gewerkt, maar dit jaar besloot ik het anders te doen.

Het eerste systeem was simpel. Iedere leerling krijgt aan het einde van een periode een 10 als extra cijfer. Elke keer dat een leerling iets vergat, ging er een half punt van het cijfer af. Het werkte erg goed. Leerlingen waren eerlijk wanneer ik vroeg wie wat niet bij zich had, en ik noteerde het allemaal netjes in mijn map.

Toch wilde ik er iets op aanpassen. Ik wilde namelijk ook schriften controleren. Niet op het meenemen van het schrift, maar op de netheid, op de berekeningen, op de eisen die ik stel bij een assenstelsel e.d. Vorig jaar deed ik het als volgt: iedereen krijgt een 7,0. Elke keer dat een leerling iets vergeet, gaat er een half punt af, maar elke keer dat een leerling zijn schrift perfect in orde had, ging er een half punt bij. Ik controleerde het schrift elke week. Daar zaten twee nadelen aan, merkte ik. Ten eerste was het een hoop gedoe om elke week bij iedereen het schrift te controleren, zeker toen mijn stagiaire twee van de drie/vier lessen per week overnam. Ik moest alles in één of twee lesuren doen en dat was niet haalbaar. Ten tweede controleerde ik het veel vaker dan zes keer per periode, waardoor leerlingen gemakkelijk vier keer een boek konden vergeten zonder daarvoor gestraft te worden. 

Dit jaar doe ik het dus anders: ik controleer niet meer of leerlingen hun spullen meenemen naar de les. Vandaag heb ik wel voor het idee alles genoteerd, de klas streng toegesproken dat een eigen geodriehoek en eigen rekenmachine echt verplicht is in de les... Maar meer doe ik er niet mee. Dan maar lenen van anderen... Echter geldt vanaf dit schooljaar wel dat ik mijn spullen niet meer ga uitlenen aan leerlingen, en al helemaal niet op toetsen. Vorig jaar heb ik te veel geodriehoeken moeten bijkopen en dat grapje was wel erg duur.

Ik ben benieuwd of er andere docenten meelezen die een ideaal systeem hanteren. Dus vertel: wat doen jullie met leerlingen die hun spullen vergeten?

Liefs!

woensdag 24 augustus 2016

Moeite met namen

Vanmiddag stond ik bij de deur van het lokaal al mijn nieuwe leerlingen de hand te schudden om ze welkom te heten. Sommigen noemden heel beleefd hun eigen naam en af en toe noemde ik ook mijn eigen naam. Bij alle lessen ging dat goed, tot mijn laatste les.
'Hoi, ik ben mevrouw Snelten. Eh... Grapje! Ik ben mevrouw Heemskerk!'
Het zal wel door de hittegolf komen dat ik ineens een verkeerde achternaam noemde. 

Bij mijn huwelijk een paar maanden geleden heb ik namelijk niet alleen een hele mooie ring gekregen, maar ook een nieuwe achternaam. En dat was vandaag bij het voorstellen even wennen. 's Morgens had ik niet voor niks mijn naam op het bord geschreven. Ik vertelde de reden ook aan deze leerlingen. 'Jullie denken natuurlijk dat ik mijn naam op het bord heb geschreven zodat jullie het onthouden, maar stiekem doe ik het voor mezelf. Ik vergeet mijn eigen achternaam namelijk elke keer.' Een paar leerlingen keken elkaar verbaasd aan en ik zag ze denken: wat is dit voor rare docent? 'Ik ben twee maanden geleden getrouwd. Sindsdien heb ik een nieuwe achternaam.'

Maar nu vraag ik me af... Als ik na twee maanden mijn eigen naam niet weet, hoe lang duurt het dan voordat ik de namen van mijn tweehonderd nieuwe leerlingen weet?

Liefs!

dinsdag 23 augustus 2016

De eerste werkdag

De eerste werkdag zit erop en ik kan zeggen dat ik meer dan tevreden ben. Ik kan ook zeggen dat ik dolgelukkig ben dat ik tegenwoordig op dinsdag vrij ben, want dat dagje had ik wel nodig na de eerste dag.

Op maandag stond er een hoop gepland, waaronder een kennismaking met mijn nieuwe mentorklas en heel veel vergaderingen. Het spannendste was natuurlijk de kennismaking met mijn mentorklas. Van tevoren had ik al de nodige informatie over de leerlingen gelezen (slechts negentien stuks!), waardoor ik wist dat het een leuk en gezellig clubje zou zijn. Toch blijft het afwachten. Hoe reageren ze op een nieuwe mentor?

Bij binnenkomst merkte ik direct dat er een paar mondige jongens in de klas zaten. Jongens met leuke humor, dat wel, maar het zijn ook types die snel over een docent heen willen lopen. En dat moet niet gebeuren op de eerste dag. Daarom gaf ik één van de leerlingen een grote mond terug. Het resultaat was dat hij me stomverbaasd aankeek. Zo’n reactie had hij niet verwacht. Zijn klasgenoten moesten grinniken, maar ondertussen wisten ze heel goed dat een grote mond op een eerste dag niet goed bij mij valt.

In tegenstelling tot veel andere collega’s vind ik vergaderen absoluut geen ramp. (Waarschijnlijk omdat ik bij een vergadering niet op de voorgrond hoef te treden en alleen maar stil hoef te zitten en te luisteren, iets waar ik erg goed in ben.) Toch is het ook best intensief. Er komt zo veel informatie op je af! Na de laatste vergadering, om half vijf, was ik gesloopt. Toch kon ik nog niet naar huis. Dit jaar begeleid ik twee nieuwe docenten en daar was ik tot een uur of zes mee bezig. Ook toen kon ik nog niet naar huis: mijn to do-list stond nog vol met kleine dingen die geregeld moesten worden. Ouders terugmailen, notities over een leerling schrijven, collega’s mailen, notulen van één van de vergaderingen uittikken… Tot half acht was ik bezig en ik merkte aan heel mijn lichaam dat ik er toen ook wel echt klaar mee was. Zo hard werken ben ik niet meer gewend!

Morgen, woensdag, begint mijn eerste lesdag en vandaag neem ik uitgebreid de tijd om het tot in de puntjes voor te bereiden. Ik voel wat lichte spanning, maar ik heb er vooral heel veel zin in. Laat die leerlingen maar komen!

Liefs!

zaterdag 20 augustus 2016

Het komende schooljaar

Van een lezer van mijn blog kreeg ik de vraag wat ik komend schooljaar anders ga doen. Helemaal trots op het afgelopen schooljaar ben ik namelijk niet. Vanaf november zat ik erg in de knoop. Ik keek mijn grote angst naar mijn to do-list: hoe ging ik dit allemaal afkrijgen op één dag? Op zondagavond was ik somber omdat de werkweek weer voor de deur stond. En de tranen bleven maar over mijn wangen lopen als er iets tegen zat. Vanaf maart ging het allemaal een heel stuk beter, en het schooljaar heb ik met een lach op mijn gezicht afgemaakt. Toch heeft die periode in de winter me wel aan het denken gezet.

In het eerste gesprek dat ik had met HR-manager gaf ik direct aan dat ik komend schooljaar een dag minder ga werken. Hoewel ik “slechts” 0,8 fte werkte, vond ik vijf dagen gewoon echt te veel. ’s Avonds was ik gesloopt, het huishouden bleef liggen tot het weekend en op zaterdag en zondag was ik eigenlijk te moe om de was te draaien en te stofzuigen… Komend schooljaar mag ik gelukkig weer vier dagen werken (0,72 fte). Qua lesuren scheelt het dus niet veel, maar het dagje thuis zal me enorm goed doen, dat weet ik nu al.

Daarnaast wil ik nog iets veranderen: ik wil meer bloggen. Ik merkte namelijk dat ik het miste om dingen van me af te schrijven. Hoe frequent ik dat ga doen, weet ik nog niet, maar ik hoop dat ik op mijn vrije dag tijd kan vrijmaken om minimaal één artikel te schrijven. Al is het maar om mijn ei kwijt te kunnen.

Liefs,
Elseline

zaterdag 16 april 2016

Update: Hoe het nu gaat

Na mijn laatste bericht van een paar maanden terug heb ik meerdere keren nagedacht over een update. Als je een blog begint en je lezers geïnteresseerd worden, kun je de radiostilte eigenlijk niet maken. Zeker niet als je laatste berichtje overwegend negatief is.

Het is tijd voor een update! Het is een half jaar geleden dat ik iets van me liet horen en inmiddels is er veel veranderd. Niet veel later na het vorige berichtje zal ik er nogal doorheen. Na de eerste toetsweek, zo rond november, wist ik niet meer goed hoe ik nog moest genieten van het leven. Op mijn werk rende ik voor mijn gevoel van de ene kant van het gebouw naar de andere kant en tijdens al dat rennen en vliegen lukte het me maar niet om mijn to do-lijstje af te krijgen. In tegendeel. Soms werden ze alleen maar langer en langer naarmate de dag vorderde. Ik begin 's morgens met een redelijk leeg blaadje en aan het einde van de dag moest ik nog twintig dingen doen. Kleine dingen, dat wel. Even een mailtje sturen, even een toets kopiëren. Maar het idee dat ik zo hard werkte en dat ik nog steeds achter de feiten aan liep, nekte me. Ik verlangde zo naar de kerstvakantie!

Maar na de kerstvakantie werd het niet veel beter. De eerste week van het nieuwe jaar begon met twee avonden vol met oudergesprekken en de tweede week van het jaar waren er avonden om nieuwe brugklassers te werven. Weer een week later kwam er een roosterupdate voor de tweede helft van het schooljaar en die dag heb ik alleen maar gehuild. Ik ben 0,8 fte gaan werken in vijf dagen tijd, omdat ik de lessen mooi verdeeld wilde hebben over de week. En wat gebeurt er? Ik heb vier volle dagen en op de vijfde dag heb ik slechts één lesuur staan. Die dag was mijn vriend ziek en moest ik alleen naar huis fietsen. De hele fietstocht heb ik gehuild. Waarom? Doen ze dit expres, om mij te pesten?

De volgende dag vroeg een collega aan me hoe mijn rooster was. De tranen sprongen in mijn ogen, zo hoog zat het. Ze heeft me naar een andere collega gestuurd, de HR-manager, met de boodschap dat ik nu echt moest gaan praten. Als je zo veel last hebt van werkdruk, en je elke avond alleen maar opziet tegen de volgende dag, moet er iets gaan gebeuren.

Het praten luchtte al enorm op. Ik was mijn verhaal kwijt en dat voelde als een bevrijding. Ik kreeg tips mee en thuis ging ik op zoek naar een cursus die me werd aangeraden. Een cursus mindfulness.

We zijn nu een paar weken verder. De cursus mindfulness was een succes. Elke donderdagavond lag ik tweeënhalf uur te mediteren, ik heb trucjes geleerd hoe je om kunt gaan met stress en ik heb geleerd om tijd voor mezelf te nemen. Het was heel leerzaam, maar ik weet ook dat dat niet het enige is geweest dat ik weer beter in mijn vel zat. Het zonlicht heeft er ook heel goed aan bijgedragen. Blijkbaar ben ik zo gevoelig voor het weer en de donkere dagen, dat het ook op mijn persoonlijkheid effect heeft. 

Om een lang verhaal kort te maken: het gaat nu dus goed met me. Natuurlijk heb ik ook nog dagen dat ik echt baal van het gedrag van sommige leerlingen, maar ik zet het makkelijker van me af. Bovendien heb ik weer zin om leuke lessen te ontwerpen, dat is ook iets wat ik al maanden niet meer heb gedaan!

Liefs!

dinsdag 13 oktober 2015

Pensioen

Een van de fijnste dingen aan mijn vriend is dat ik mijn zorgen compleet vergeet als ik in zijn bijzijn ben. Hij maakt me aan het lachen, hij maakt me gelukkig, hij zorgt ervoor dat ik met een glimlach naar het leven kijk. De keerzijde daarvan is dat ik enorm kan blijven piekeren als hij niet in de buurt is. Zoals vandaag.

Ik deed veertig minuten over de fietstocht naar huis en daarvan heb ik minimaal een half uur nagedacht over de wereld. Nagedacht over de leerlingen. Nagedacht over de opvoeding. Of het gebrek daaraan bij sommige leerling.

Vanochtend het eerste uur gaf ik les aan een derde klas. Tegen het einde van de les hoorde ik ineens geschreeuw. Een leerling had een klasgenoot uit boosheid in zijn onderarm gebeten. Ik was zo verbaasd, zo in shock, dat ik er niet adequaat op kon reageren.

In de pauze liep ik van de koffiekamer naar mijn lokaal. Onderweg kwam ik een jongen tegen die bij alle langslopende leerlingen zijn been naar voren stak. 

Ik kan enorm huilen om dit soort situaties. Leerlingen die elkaar uit woede bijten, leerlingen die elkaar voor de grap laten struikelen. En zo zijn er nog veel meer momenten op te noemen waarbij de leerlingen ongevraagd aan elkaar zitten. Ze schelden elkaar uit, duwen aan elkaars tas, pakken elkaars spullen af. Deze gebeurtenissen zetten me enorm aan het denken. Ik vind wiskunde een leuk vak om te geven, ik vind de omgang met de leerlingen (meestal) leuk en alle administratie die bij het lesgeven komt kijken, vind ik - in tegenstelling tot heel veel collega's - alleen maar heerlijk. Toch twijfel ik meer dan ooit of het docentschap wel iets voor mij is. Er zijn duizenden momenten te noemen waar ik enorm van kan genieten, maar als ik dit respectloze gedrag bij de leerlingen zie, doen al die duizenden momenten er niet meer toe. Dan denk ik alleen maar: hoe lang nog tot mijn pensioen?

Liefs!

maandag 28 september 2015

Rust

Het is niet leuk om te moeten werken met een klas vol stuiterballen en brutale kinderen. De eerste keren was ik echt in staat om te huilen als ik thuis kwam uit mijn werk. Ik zag het niet zitten en kreeg de kriebels als de klas onderweg was naar mijn lokaal. Vijftig minuten lang pijn lijden, help!

Gelukkig is de rust teruggekeerd in deze klas. Ik was niet de enige die moeite had met een paar kinderen uit deze klas. Dat bleek toen ik meerdere berichtjes in het systeem van school zag verschijnen over een mogelijke overplaatsing van twee van deze leerlingen.

Vandaag was de eerste dag zonder de twee grootste probleemmakers. De meest agressieve jongens - de ruziezoekers - zijn uit de klas gehaald en overgezet naar een andere brugklas. Dat merkte ik direct. De klas is nog steeds wel druk, hoor, ik heb ook echt heel veel energie nodig om de les te laten verlopen zoals ik het wil. Maar dat is geen probleem. De overgebleven vijfentwintig leerlingen zijn redelijk corrigeerbaar en weten mijn grenzen echt wel te herkennen.

Ik ben benieuwd hoe de komende lessen zullen zijn in deze klas, maar waar ik nog veel nieuwsgieriger naar ben, is hoe de andere twee jongens zich gaan redden in hun nieuwe klas. Eén van hen (de minst erge!) zit nu in een andere brugklas waar ik les aan geef en vandaag deed hij ontzettend goed mee met de les. Nu de rest van het jaar nog!

Liefs!

maandag 21 september 2015

Wees duidelijk en consequent

'Je moet me even wat moed inpraten, ik heb klas 1k weer,' zei ik aan het einde van de pauze tegen mijn vriend a.k.a. mijn favoriete collega. Uiteraard is de naam van de klas verzonnen, ik heb de klas nu vernoemd naar 1-kutklas. Creatief! Achteraf bleek het inpraten van moed niet nodig te zijn, de les ging namelijk best goed. En waarom? Ik was duidelijk.

Vorige week merkte ik dat in deze klas één ding geweldig goed werkt. Duidelijk zijn. Duidelijk zijn in het vertellen van de regels, maar ook duidelijk zijn in het vertellen van de consequenties. Daarom begin ik de les tegenwoordig met het benoemen van de regels.

"De regels binnen deze vier muren zijn niet anders dan de regels tijdens de lessen vorige week, maar toch ga ik ze herhalen. Zo wordt jullie geheugen weer even opgefrist. Jullie zijn stil tijdens de uitleg, jullie blijven van elkaars spullen af, jullie steken je vinger op als je iets wilt vragen of zeggen en jullie maken geen rare geluiden om de aandacht van elkaar te trekken. Als je één van de regels overtreedt, breng je de rest van het lesuur door bij de afdelingsleider en ga je daar verder met het maken van je huiswerk. Dus even een korte herhaling: stil zijn, afblijven van elkaar spullen, vinger opsteken en geen rare geluiden maken."

Tijdens de les van vandaag zag ik echt wel dat leerlingen moeite hadden met de regels. De klas zit vol leerlingen die te pas en te onpas commentaar willen geven en even hun stem willen gebruiken. Toch ben ik stiekem wel trots op ze. Ik heb er één leerling uitgestuurd, eigenlijk geheel tegen mijn zin in. Hij riep het antwoord door de klas zonder zijn vinger op te steken. In een willekeurige klas zou ik hem een compliment geven voor het goede antwoord met daarbij de waarschuwing om in het vervolg één van zijn tien vingers op te steken, maar in deze klas moet ik consequent zijn in het naleven van de regels.

En af en toe moet ik dan iemand tegen mijn zin in wegsturen...

Liefs!

zondag 13 september 2015

Onzeker

Ik ben onzeker. Dat ben ik altijd al geweest. Er zijn momenten in mijn leven geweest dat dit een hoogtepunt bereikte, maar door de jaren heen heb ik redelijk geleerd er mee om te gaan (hallo bezoekjes-aan-de-psycholoog). Toch zijn er nog steeds ups en downs. Dat merkte ik vooral de afgelopen week.

Maandag had ik nogal een rotdag. De les in één van mijn brugklassen verliep weer niet zoals ik het voor ogen had en daar baalde ik van. Hoe kon het toch dat ik de zin in het lesgeven bij deze klas totaal kwijt was? Het leek erop dat ik in een cirkel terecht was gekomen: ik sta met tegenzin voor de klas, waardoor de les slecht gaat, waardoor ik de volgende les met nog meer tegenzin voor de klas sta. De les gaat daardoor uiteraard nog slechter.

Waar mijn twijfels over het onderwijs op maandag nog een bijrol speelden, kregen de gedachten om te stoppen met lesgeven op dinsdag de hoofdrol. En dat dankzij de woorden van een collega. De exacte woorden kan ik me niet meer herinneren, maar wat ik nog precies weet, is dat na het horen van zijn woorden het licht bij me uitging. Ik kreeg het gevoel dat het werk dat ik deed totaal niet werd gewaardeerd en ik wist het meteen: ik ben niet bestemd voor het onderwijs.

Na dat besef schoten de tranen in mijn ogen. Gelukkig was het tijd voor pauze. Ik ben direct naar buiten gegaan en heb een rondje door de wijk gelopen. Ik probeerde mezelf te kalmeren, wat maar met mate lukte. Gelukkig kon mijn vriend me die middag veel beter tot rust krijgen. Door het gesprek met hem ben ik ook alles gaan relativeren.

In die brugklas zitten hooguit vijf leerlingen die ik achter het behang wil plakken. Daar staan bijna zo'n honderdvijftig leerlingen tegenover met wie ik wel goed door één deur kan. Er zijn zelfs oud-leerlingen waar ik nog steeds met een grote glimlach aan terug denk. Mijn hart smelt als ik hoor dat ik iemands lievelingsdocent ben (of dat nou de waarheid is of niet, dat een leerling die woorden uitspreekt is al ontzettend lief!) en als er leerlingen in de pauze mijn lokaal in lopen om even bij te kletsen. 

Die ene collega, met wie ik het normaal gesproken aardig kan vinden, zal zijn dag niet hebben gehad. Of hij had gewoon even niet goed nagedacht over wat hij aan het bazelen was. Hij zal de woorden echt niet hebben uitgesproken om mij aan het huilen te maken, laat staan dat hij me het onderwijs uit wil hebben.

Hoe dan ook, het mag duidelijk zijn dat ik voorlopig nog niet weg ben uit het onderwijs. Het is af en toe ontzettend kut (een betere omschrijving kan ik even niet verzinnen) en ik vind ook echt niet elke dag even leuk, maar de meeste momenten bezorgen me nog steeds blije gevoelens. Daar doe ik het voor!

Liefs!